Om een dart te gooien ga je achter de werplijn staan met de voet aan de kant van je gooiarm voor, houd je de dart ontspannen vast, breng je hem op één lijn tussen je oog en het doel, beweeg je alleen je onderarm, laat je los en laat je je arm doorzwaaien naar het bord. Eén juiste werptechniek bestaat niet: in een studie bij ervaren darters gebruikten de twee nauwkeurigste spelers duidelijk verschillende strategieën. Wat telde, was dat elke worp de vorige herhaalde.
| Stap | Wat je doet |
|---|---|
| 1. Stand | voeten achter de werplijn, voet aan de kant van je gooiarm voor, gewicht stil |
| 2. Grip | houd de barrel vast met je vingertoppen, stevig genoeg om te sturen, los genoeg om los te laten |
| 3. Richten | dart, oog en doel op één lijn |
| 4. Gooien | bovenarm stil, onderarm zwaait vanuit de elleboog |
| 5. Loslaten | laat de dart gaan, niet duwen of met je pols zwiepen |
| 6. Doorzwaaien | je arm beweegt na het loslaten door naar het doel |
Deze tabel is een gangbaar beginpunt, geen regel. De regels zeggen alleen dat “alle darts dienen één voor één in de richting van het dartsbord gegooid te worden” (NDB Algemeen Wedstrijdreglement, art. 12.1; WDF 1.02: “by and from the hand”) en waar je voeten mogen staan (zie hieronder).
Voor je gooit: het bord en de lijn
Zet het bord op volgens de officiële maten, zodat wat je oefent ook in een wedstrijd werkt:
- Hoogte: 1,73 m van de vloer tot het midden van de bullseye (NDB “Spelregels”, WDF 6.01; de PDC gebruikt dezelfde 5 voet 8 inch).
- Werplijn (oche): 2,37 m van de achterkant van de lijn tot de voorkant van het bord (WDF 6.02; VDF art. 13: “gemeten vanaf de voorkant van het bord”).
- Je voeten: achter de oche, en sta je naast de oche, dan achter het denkbeeldige verlengde ervan (NDB art. 12.15 en 12.16, VDF art. 13, WDF 6.04 en 6.05). De regels beperken waar je voeten staan, niet hoe ver je voorover leunt. Bij de NDB krijg je bij een overtreding eerst een waarschuwing; darts die je daarna in overtreding gooit, tellen niet (art. 12.17).
Meer over de regels in darts regels, en over ophangen en meten in hoogte en afstand dartbord.
Zo gooi je darts, stap voor stap
- Stand. Gooi je rechts, zet dan je rechtervoet voor; links, je linkervoet. Sta zijwaarts of schuin, net wat je lichaam stil houdt terwijl je arm beweegt. Houd je gewicht bij elke dart op dezelfde plek.
- Grip. Houd de dart bij de barrel vast met je duim en twee tot vier vingers. Te stevig en het loslaten wordt schokkerig; te los en de dart gaat slingeren. Een juist aantal vingers bestaat niet.
- Richten. Breng de dart omhoog zodat dart, oog en doel op één lijn liggen. Kijk naar het precieze punt dat je wilt raken, niet naar het hele vak.
- Haal de dart terug. Trek hem met je onderarm terug naar je gezicht en houd je bovenarm en schouder zo stil mogelijk.
- Gooi. Zwaai je onderarm naar voren vanuit de elleboog. Aan het eind mag je elleboog iets omhoog komen, zolang hij dat elke keer hetzelfde doet.
- Laat los. Laat de dart tijdens de voorwaartse zwaai uit je vingers gaan. Duw hem niet naar het bord en zwiep niet met je pols.
- Zwaai door. Laat je hand doorbewegen naar het doel en houd die houding vast tot de dart landt.
Lukt het loslaten ineens helemaal niet meer, dan heet dat in het jargon darteritus of dartitis (Nederlandse Wikipedia). Dat is geen techniekfout die deze pagina oplost; lees daarover in mentale training bij darts.
Wat een studie bij ervaren darters vond
Onderzoekers van de Universiteit van Osaka filmden 8 ervaren en 8 beginnende darters die elk 60 darts op de bull gooiden, met zeven hogesnelheidscamera's (Nasu, Matsuo en Kadota, PLoS ONE, 2014). De ervaren spelers lieten de dart los met een kleinere timingfout dan de beginners. Maar de twee besten deden het verschillend: de een liet los met timingfouten die niet kleiner waren dan die van een beginner, maar bewoog zijn hand langs een baan die die fouten opving; de ander, net als drie andere ervaren spelers, bracht zijn timingfout terug tot soms maar 1 ms.
De auteurs merken ook op dat “dart throwing movements are too fast to make corrections based on proprioceptive information”: je kunt een worp niet bijsturen terwijl hij bezig is. Daarom telt herhaling meer dan welke grip of stand ook. Met 16 spelers in totaal laat deze studie zien wat die ervaren spelers deden, niet wat elke speler zou moeten doen.
Zo gooi je beter en nauwkeuriger
- Verander één ding tegelijk. Verander je stand en grip tegelijk, dan weet je niet wat hielp.
- Gooi een hele training op één doel. Groepering zegt alleen iets als elke dart hetzelfde doel had.
- Kijk naar de groep, niet naar de losse dart. Een strakke groep naast het doel wijst op je richten; een brede spreiding op de worp zelf.
- Meet het. Je 3-dart gemiddelde en je uitgooipercentage laten over tientallen legs zien of een verandering werkte, niet over één gelukkige beurt. Hoe je je getallen eerlijk vergelijkt, lees je in wat is een goed darts gemiddelde?
Controleer je worp met een heatmap
Darts Counter legt vast welk vak elke scorende dart raakt en toont dat als heatmap. Zo gebruik je die als terugkoppeling op je worp:
- Maak een oefenspeler aan, bijvoorbeeld “Training T20”. De heatmap wordt per speler bijgehouden, dus zo blijft je training gescheiden van je wedstrijden.
- Gooi elke dart op één doel, bijvoorbeeld het vak van de 20, in een X01-spel, en voer elke dart in met het vak dat hij echt raakte.
- Open Statistieken, dan de geavanceerde X01-statistieken, dan Hits-heatmap (Alle velden). Filter op Enkels, Dubbels of Triples.
- Kijk naar de buren. Op het bord ligt de 5 links van de 20 en de 1 rechts. Veel treffers op de 5 betekenen dat je links mist, veel op de 1 dat je rechts mist. Raak je met drie darts 20, 5 en 1, dan heb je een “fiets” gegooid (Nederlandse Wikipedia). Het aandeel triples, dubbels en enkels in de 20 laat zien hoe vaak je de ring raakt waarop je mikte.
Wat de heatmap je niet vertelt: hij telt per nummer en ring, niet de precieze plek, dus een binnenste en een buitenste single zien er hetzelfde uit. Een dart naast het bord (0) wordt niet vastgelegd. En corrigeer je een dart met Undo, dan houdt de heatmap voorlopig de eerste invoer. Hij laat zien waar darts landen, niet hoe je bewoog, dus het is geen video-analyse van je worp.
De geavanceerde X01-statistieken, met de heatmaps, ontgrendel je met een korte video, een eenmalige aankoop of een abonnement op Darts Counter Plus.
Darts Counter bewaart je heatmap, je gemiddelde en je darts per leg voor elke speler.
Bronnen
Geschreven door FLAME Apps, sinds 2015 de maker van Darts Counter. Gecontroleerd op 25 september 2026.
- Nasu D, Matsuo T, Kadota K (2014): Two Types of Motor Strategy for Accurate Dart Throwing. PLoS ONE 9(2): e88536 (vrij toegankelijk, Engels)
- NDB Algemeen Wedstrijdreglement, versie 007 van 20 juni 2026, art. 12.1 en 12.15 tot en met 12.17, en NDB: Spelregels
- Reglement Vlaamse Darts Federatie, art. 13
- WDF Playing and Tournament Rules, 20e herziene editie, regels 1.02 en 6.01 tot en met 6.05 (Engels)
- PDC: Rules of darts (hoogte en oche, opgehaald op 25 september 2026; Engels)
- Wikipedia: Darts (sport) (fiets, darteritus)
- Code van Darts Counter, geavanceerde X01-statistieken en heatmaps (gelezen op 25 september 2026)
- Verder lezen: darts regels, wat is een goed darts gemiddelde?, darts gemiddelde berekenen
