Bij 501 begint elke speler op 501 en trekt na elke beurt van hoogstens drie darts de gegooide score af. Wie als eerste precies op nul uitkomt met een dubbel of de bullseye, wint de leg. Gooi je meer dan je over hebt, hou je 1 over of kom je zonder dubbel op nul, dan is het een bust: de beurt telt niet en je rest blijft wat hij was.
| Regel | 501 standaard | Bron |
|---|---|---|
| Startscore | 501 | DRA 6.3.1 |
| Begin | open start (straight in): elke dart telt | NDB art. 3.4a, WDF 2.01 |
| Darts per beurt | hoogstens 3 | WDF 1.03 |
| Uitgooien | een dubbel of de bullseye, precies op nul | NDB art. 3.4a, WDF 2.02 |
| Bullseye | 50, telt als dubbel 25 | NDB art. 3.4b, WDF 2.04 |
| Bust | te veel, 1 over, of nul zonder dubbel | NDB art. 3.4c, WDF 2.05 |
| Wedstrijd | best of een oneven aantal legs of sets | WDF 2.10, 2.11 |
Zo speel je 501, stap voor stap
- Bepaal wie begint. Bij de NDB wordt bij individuele toernooien vooraf voor de bull gegooid en bij teamtoernooien getost; de winnaar begint de eerste en alle oneven legs (NDB Algemeen Wedstrijdreglement, art. 8.1 en 8.2). Thuis mag elke eerlijke manier.
- Gooi drie darts. Een single telt het nummer, de buitenste smalle ring (dubbel) twee keer, de binnenste smalle ring (triple) drie keer, de single bull 25 en de bullseye 50 (NDB, “Spelregels”).
- Trek de score af. Een dart telt alleen als de punt in het bord zit, binnen de buitenrand van de dubbelring, en de score is afgeroepen door de schrijver (NDB art. 3.4e). Een dart die terugkaatst of uit het bord valt, mag je niet opnieuw gooien (art. 12.2).
- Gooi om de beurt tot iemand een rest heeft die hij kan uitgooien.
- Gooi uit op een dubbel. De laatste dart moet in de dubbel van de helft van je rest: op 32 is dat dubbel 16, op 50 de bullseye (WDF 2.02). “Game shot” telt alleen als de darts precies het benodigde aantal punten opleveren en de laatste dart de benodigde dubbel raakt (NDB art. 12.3).
- Na de winnende dart is het klaar. “Elke dart gegooid nadat de benodigde dubbel wordt gegooid zal niet worden geteld” (NDB art. 12.4).
De bust, met voorbeelden
De NDB zegt het kort: “Als een speler meer scoort dan hij over heeft, dan telt in de volgende beurt het aantal punten dat hij over had voordat de tegenstander gooide” (art. 3.4c). De WDF (2.05) en het PDC-regelboek (DRA 6.3.3) noemen ook uitdrukkelijk nul zonder dubbel en 1 over. Dat volgt ook uit de dubbelregel: 1 kun je met geen enkele dubbel uitgooien. In de Nederlandse dartstaal heet een bust ook wel “dood gegooid” (Nederlandse Wikipedia, “Darts (sport)”).
| Je rest | Je gooit | Uitkomst |
|---|---|---|
| 32 | T20 | Bust: 60 is meer dan 32. Rest blijft 32. |
| 32 | 20, dan 12 | Bust: nul, maar op een single. Rest blijft 32. |
| 32 | 20, dan 11 | Bust: 1 over, en die kun je met geen dubbel uitgooien. Rest blijft 32. |
| 32 | 16, dan D8 | Uitgegooid: 16 + 16 = 32, op een dubbel. |
| 40 | 20, dan D10 | Uitgegooid. |
Een bust beëindigt de beurt meteen, ook als je nog darts in je hand hebt (DRA 6.2.6.3).
De bullseye bij 501
De bull telt 50, en “indien men nog 50 punten nodig heeft om een leg, set of match te beëindigen, zal de bull als dubbel 25 tellen” (NDB art. 3.4b). De single bull (25) telt als single en kan geen leg beëindigen. Omdat de bullseye een dubbel is, is 170 de hoogste uitgooi: T20, T20, bull. Sommige restscores tot 170 kun je in drie darts helemaal niet uitgooien: 169, 168, 166, 165, 163, 162 en 159. Elke route van 170 tot 2 staat in onze uitgooitabel.
Legs en sets bij 501
Een leg is één spel van 501 naar nul. Een wedstrijd gaat over een oneven aantal legs; wie als eerste de meerderheid heeft, wint, en de overige legs worden niet meer gespeeld (WDF 2.10). Bij langere wedstrijden worden legs gebundeld in sets, ook best of een oneven aantal (WDF 2.11). Hoeveel legs of sets er gespeeld worden, bepaalt elk toernooi zelf (DRA 6.3.1).
Een paar voorbeelden uit de reglementen:
- NDB Landelijke Competitie (open klasse): 9 singles in 501 best of 5, koppels in 701 best of 5, triples in 1001 best of 3 en een sologame in 501 best of 7 (Reglement Landelijke Competitie, H.1).
- Vlaamse Darts Federatie: 501 best of 3, dus twee gewonnen legs (VDF-reglement, art. 16).
- WK darts van de PDC: sets van vijf legs, zie WK darts: sets en legs.
De bull regel voor de beslissende leg
Bij de NDB wordt de beslissende leg op veel onderdelen gespeeld “volgens de Bull regel” (Reglement Landelijke Competitie, H.1). Dat werkt zo: de speler die de eerste leg begon, gooit als eerste voor de bull, en de scheidsrechter geeft de eerste beurt in de beslissende leg aan de speler die het dichtst bij de bull gooide. Zitten beide darts in de 25 of de 50, of even ver van de bull, dan gooien ze opnieuw, in omgekeerde volgorde (NDB Algemeen Wedstrijdreglement, art. 8.5).
Een Vlaamse regel: vast op dubbel 1
Het VDF-reglement heeft een regel die je elders zelden ziet. Staan beide spelers op 2 (dubbel 1), dan krijgen ze elk nog vijf beurten om uit te gooien. Lukt het niemand, dan wordt er getost en beslist een worp naar de roos wie de leg wint (VDF-reglement, art. 24). Speel je in een andere competitie, kijk dan in je eigen reglement.
Welke darts tellen
- Een beurt is hoogstens drie darts, één voor één gegooid (NDB art. 12.1, WDF 1.03).
- De score telt vanaf de binnenkant van de segmentdraad waar de punt binnenkomt (NDB art. 12.5).
- Raak je een van je eigen darts in het bord aan, dan is je beurt voorbij, hoeveel darts je ook gegooid hebt (NDB art. 12.7).
- De schrijver noemt je rest, maar vertelt nooit hoe je moet uitgooien (NDB art. 12.18).
Varianten van 501
- 301: dezelfde regels vanaf 301; sommige groepen spelen dan double in.
- 701 en 1001: vaste oneven startscores naast 501 (WDF 3.01). De NDB speelt ze in de Landelijke Competitie bij de koppels en triples.
- Double in, master out, single out: andere regels voor begin en einde, uitgelegd in double out, master out en single out.
501 spelen met Darts Counter
Kies in de X01-instellingen van de app Punten (Points): 501, Checkout-modus (Checkout Mode): Double Out en Startmodus (Starting Mode): Straight In voor de standaardregels. Na installatie staat de checkout-modus op Straight Out, zet hem dus één keer om. De rest hebben we in de code nagekeken:
- Legs en Sets zijn het aantal dat een speler nodig heeft om te winnen, niet “best of”. Voor best of 5 legs zet je Legs op 3. Sets op 0 betekent: alleen legs.
- Wie begint, wisselt elke leg; je kunt ook een willekeurige spelersvolgorde kiezen. Een bull regel voor de beslissende leg zit niet in de app.
- Een bust zet de app automatisch terug, met de reden erbij (“Score overschreden”, “Geen afwerking meer mogelijk”, “Niet compleet met dubbel veld”).
- Vanaf 170 geeft de app na elke dart een uitgooiroute.
- Startscores van 301 tot en met 901, in stappen van 100.
Darts Counter rekent voor je en bewaart je 3-dart gemiddelde voor elke leg.
Bronnen
Geschreven door FLAME Apps, sinds 2015 de maker van Darts Counter. Gecontroleerd op 25 september 2026.
- NDB Algemeen Wedstrijdreglement, versie 007 van 20 juni 2026, art. 3.4, 8 en 12
- NDB Reglement Landelijke Competitie, versie 004 van 16 oktober 2025, hoofdstuk H
- NDB: Spelregels (puntentelling)
- Reglement Vlaamse Darts Federatie, art. 16 en 24
- WDF Playing and Tournament Rules, 20e herziene editie, regels 1.03 tot en met 3.01 (Engels)
- DRA Rules 2026, regels 6.2.6 en 6.3.1 tot en met 6.3.3 (regelboek van de PDC-toernooien, Engels, Darts Regulation Authority)
- Wikipedia: Darts (sport) (terminologie)
- Verder lezen: darts score bijhouden, darts gemiddelde berekenen
